De vraag hoe het gaat is aan de deur geen beleefdheidsformule. Een trainster luistert naar vier dingen: hoeveel je hebt geslapen, hoe druk het is geweest, of de spierpijn van de vorige keer weg is en of er iets zeurt. Vier antwoorden, en het programma dat ze in de auto had bedacht kan alweer anders zijn.
Dat is precies het verschil met een schema dat je van internet haalt. Een schema weet niet dat je om vier uur wakker lag. Iemand die voor je staat wel, mits ze het vraagt en jij eerlijk antwoordt. Wie standaard "prima" zegt, krijgt een uur dat niet klopt.
De plek
Ondertussen kiest ze waar er gewerkt wordt. Een strook van twee bij twee meter volstaat, maar wel vlak, niet glad en zonder lamp of kast binnen armbereik. In de praktijk verschuift er een salontafel of gaat het kleed opzij. Buiten is dat zoeken naar een bankje, een stoepje of een muurtje: hoogte is bruikbaar, en die is er bijna altijd.
Wat er uit de tas komt

Het materiaal is beperkt en dat is een voordeel: dumbells, een kettlebell, elastieken of weerstandsbanden, een TRX en soms een medicineball. Het meeste werk gebeurt met je eigen lichaamsgewicht, en buiten worden bankjes, stoepjes, trappetjes, muurtjes en grote stenen meegenomen in de oefeningen.
Zelf iets aanschaffen hoeft niet. Wie het toch doet, begint met een mat, want dat is het enige dat niet standaard meekomt en waar je op de dagen zonder trainster iets aan hebt.
Waarom vijf minuten genoeg is
Het lijkt zonde van een uur dat je tussen de vijfenzestig en vijfentachtig euro kost. Maar de alternatieven zijn slechter: een uur dat begint zonder te weten hoe je erbij zit, of een uur dat pas na twintig minuten bijstuurt omdat de eerste zware serie mislukt. Vijf minuten praten aan het begin voorkomt allebei.